Zorgpad Rookvrije Start

Netwerksamenwerking

Stoppen met roken is een proces. Een (aanstaande) ouder komt in dit proces verschillende disciplines in het geboortezorgnetwerk tegen. Om deze ouder steeds dezelfde boodschap te geven, passende stoppen-met-roken zorg te bieden en deze zorg goed te continueren, is een goede netwerksamenwerking en overdracht van belang.

  • Laat alle partijen in de geboortezorg deel uitmaken van het netwerk. Betrek hierbij ook de verloskundigen, kraamzorg, huisarts, en de stoppen-met-roken begeleiders.
  • Spreek af om de rookstatus en -geschiedenis standaard over te dragen binnen de gehele keten.
  • Onderzoek in je netwerk ook bij welke bestaande programma’s en interventies je kunt aansluiten.

Wat kan je regelen?

Samenwerking

Als JGZ-organisatie is het belangrijk om een werkwijze te ontwikkelen waarin goede netwerksamenwerking plaatsvindt en een goede overdracht van de stoppen-met-roken zorg tussen beroepsgroepen met wie wordt samengewerkt geregeld is. Een ideale samenstelling van het geboortezorgnetwerk voor de stoppen-met-roken zorg bestaat uit aansluiting tussen: fertiliteit, verloskundigen/gynaecologen eerste en tweede lijn, kraamzorg, kinderartsen, JGZ, stoppen-met-roken coaches en/of verslavingszorg, huisarts en de gemeente. Probeer zoveel mogelijk van deze disciplines in jouw regio te betrekken bij de stoppen-met-roken zorg en de beleidsvorming. Maak met hen afspraken over hoe je gaat samenwerken.

  • Betrek in ieder geval de verloskunde en de kraamzorg in de regio bij de stoppen-met-roken zorg. Zij hebben mogelijk al stoppen-met-roken zorg verleend, waarop jullie als JGZ-organisatie kunnen voortborduren.
  • Laat huisartsen deelnemen in de netwerkzorg. Huisartsen zien op verschillende momenten (aanstaande) ouders. Er zijn daardoor diverse aanknopingspunten voor huisartsen om met hen in gesprek te gaan over stoppen met roken. Bijvoorbeeld bij het verwijderen van een spiraaltje. Daarbij bieden huisartsen soms zelf ook stoppen-met-roken zorg.
Uit de praktijk
In Zuid-Limburg is een regionale Taskforce Rookvrije Start opgezet voor de geboortezorg en jeugdgezondheidszorg. Deze groep bestaat uit verschillende disciplines die ook al samenwerken binnen de coalitie Kansrijke Start. Zo kunnen zij een sterke verbinding maken tussen de Taskforce en de regionale aanpak Kansrijke Start.

Overdracht

Voor een soepele netwerksamenwerking is ook een goede overdracht nodig. Zo weet de volgende zorgverlener in de keten waar de ouder zich in het stopproces bevindt, wat er al aan ondersteuning is geboden en waar hij/zij verder op kan inzetten.

  • Zorg ervoor dat alle zorgverleners standaard de rookstatus én rookgeschiedenis meenemen in de overdrachten binnen de keten. Spreek af dat ook structureel wordt meegenomen welke stappen er al genomen zijn. Zo hoeft deze informatie niet steeds opnieuw uitgevraagd te worden en kan de begeleiding gecontinueerd worden.
  • Is de stoppen-met-roken zorg in de keten afgerond? Dan kan een huisarts het stokje weer overnemen. De huisarts blijft de ouder(s) en het kind zien en kan het onderwerp bespreekbaar blijven maken. Zo blijft de stoppen-met-roken zorg geborgd.
  • Maak afspraken met stoppen-met-roken coaches of praktijkondersteuners over verwijzen middels een warme overdracht en een terugkoppeling.
  • Onderzoek de mogelijkheden voor een ketenbreed digitaal dossier of gebruik van registratiesystemen die onderling gemakkelijk gegevens kunnen uitwisselen. Zie hiervoor ook het onderdeel ‘Registreren’.
Maak afspraken om de rookstatus en -geschiedenis door verloskundigen te laten overdragen
Uit de monitor Rookvrije Start blijkt dat de rookstatus nog weinig wordt overgedragen door verloskundigen en gynaecologen naar kraamzorg en JGZ. Vermoedelijk vragen de kraamzorg en JGZ de rookstatus opnieuw uit tijdens de intake. Kraamzorg en JGZ spelen een belangrijke rol in terugvalpreventie. Het is belangrijk dat zij zowel op de hoogte zijn van het huidige rookgedrag als het proces voor en tijdens de zwangerschap. Maak daarom met verloskundigen en gynaecologen in de regio afspraken om niet alleen de huidige rookstatus, maar ook de rookgeschiedenis en de genomen over te dragen. Als een vrouw is blijven roken in de zwangerschap, hoef je als JGZ-professional zo niet weer hetzelfde gesprek te voeren. Wel kun je een ouder dan dezelfde boodschap (stopadvies) geven en hem/haar eventueel verwijzen.

Aansluiting bij bestaande programma’s en interventies

Er zijn al meerdere programma’s en interventies die zich richten op preventie, en waar stoppen-met-roken goed bij past. Zo bestaat er het Preventieakkoord, een Kansrijke Start, de Rookvrije Generatie, kwetsbare zwangeren, Stevig Ouderschap en diverse programma’s gericht op leefstijlthema’s. Aansluiting bij deze programma’s zorgt er niet alleen voor dat het stoppen-met-roken beleid in de regio beter gedragen wordt, maar ook dat er betere mogelijkheden voor samenwerking en financiering kunnen ontstaan. Onderzoek daarom met welke programma’s in de regio al wordt gewerkt en bekijk de mogelijkheden om daarbij aan te sluiten voor het thema stoppen-met-roken.

Gemeente
De gemeente speelt een belangrijke rol in waar je als JGZ-organisatie je beleid op gaat of kunt richten. Maar ook de gemeente heeft baat bij een goed werkend stoppen-met-roken beleid in haar gemeenschap. Zo bestaat er het landelijke Nationaal Preventieakkoord waar verschillende leefstijlthema’s onderdeel van uitmaken. Gemeenten kunnen zich vanuit deze afspraken inzetten voor lokale preventieakkoorden, waar stoppen-met-roken een van de twee thema’s kan zijn waarvoor zij financiering kunnen ontvangen. Ook werken meerdere gemeentes mee aan een Rookvrije Generatie en Kansrijke Start. Zowel voor de gemeente als voor de JGZ-organisatie biedt dit mogelijkheden om te investeren in een effectief stoppen-met-roken beleid in de regio.

In jouw beleidsplan

Bespreek wie er onderdeel uitmaakt van het netwerk, hoe iedereen in het netwerk wil samenwerken en hoe de overdracht kan plaatsvinden. Maak op basis daarvan gezamenlijk werkafspraken en leg deze vast in je beleidsplan.